Risicovol spel bij kinderen

mei 19, 2021

Kinderen krijgen tegenwoordig steeds minder ruimte om te leren omgaan met risico’s. Kinderen spelen steeds  minder (alleen) buiten en ouders hebben tegenwoordig meer controle over de activiteiten van hun kinderen. Door kinderen te beschermen tegen risico’s is de kans dat een kind letsel oploopt of een angststoornis ontwikkelt uiteindelijk groter, omdat het kind niet geleerd heeft om te gaan met risico’s.

De meerwaarde van risico’s

Als we als volwassene, erin slagen om kinderen uitdagingen aan durven te laten gaan en dat ze geloven dat ze onzekere situaties aankunnen, dan leggen we de basis voor levenslang leren. Het kind weet dan ‘Ik kan het zelf’. Het maakt kinderen sterker als zij risico’s en angsten (leren) overwinnen. Door ze de kans te geven om risico’s te nemen in hun spel, ontwikkelen kinderen zelfredzaamheid en veerkracht, zo blijkt ook uit onderzoek van Martin van Rooijen.

De omgeving van de kinderen dient ingericht te worden op zo’n manier dat hij zoveel mogelijk uitnodigt tot spelen en ontdekken. Ook het bieden van een buitenruimte met voldoende voorzieningen is belangrijk om risicovol spelen te stimuleren. Daarbij kun je letten op de veelzijdigheid, flexibiliteit en complexiteit van de omgeving. Veelzijdigheid houdt in dat op verschillende manieren gespeeld kan worden (zoals spelen op hoogte, snelheid, trekken en duwen, spelen met gevaarlijke voorwerpen of gevaarlijke plekken, enzovoort). De flexibiliteit houdt in dat de omgeving gemanipuleerd en veranderd kan worden door het kind. En de complexiteit houdt in dat er variatie mogelijk is om risicovol te spelen door verschillende soorten kinderen (van risicomijdend tot risico zoekend).

Verschillende vormen van risicovol spel

Kinderen zijn van nature geneigd grenzen op te zoeken en te kijken hoe ver ze kunnen. Een kind geniet er bijvoorbeeld van om steeds vanaf een trede hoger naar beneden te springen. Zo groeit een kind, met soms een schram of een blauwe plek. Bij risicovol spel kun je denken aan spel op hoogte, spel met snelheid en spel met verschillende voorwerpen/ gereedschappen.

Spelen op hoogte, zoals in bomen klimmen, balanceren op muurtjes en van speeltoestellen springen, is goed voor de motorische vaardigheden. Kinderen worden er sterk van, ontwikkelen ruimtelijk inzicht en leren om diepte en snelheid in te schatten.

Spel met snelheid, zoals rennen, (van bergen) fietsen, steppen, skaten en schommelen, is goed voor de conditie en het ontwikkelen van ruimtelijk inzicht.

Het spelen met voorwerpen en gereedschappen zoals stokken, messen, een zaag, hamers en spijkers, touwen en pijl en boog, geeft kinderen zelfvertrouwen en ook hier leren ze vaardigheden die van pas komen in het dagelijks leven.

 Trek- en duwspelen zijn geschikt voor zowel jonge als oudere kinderen.

Voorbeeldactiviteiten, Worstelen/Stoeien, door te stoeien leren kinderen hun lichaam, hun grenzen, hun krachten en die van hun stoeimaatje kennen. Geef kinderen dan ook de ruimte om dit lekker te doen. Ook de allerkleinsten! Het liefst van wel met een volwassene of groter kind die al wel goed kunnen inschatten hoe een ander zich voelt.

Spelen met zwaarden of stokken en of Touwtrekken

Spelen met impact

Voorbeelden van spelen met impact, Springen van de glijbaan, tegen een muur of tegen elkaar aan fietsen of lopen,  je op een mat laten vallen

Afhankelijk van hoe je deze vorm invult, is het erg geschikt voor de allerkleinsten.

Spelen uit het zicht

Waar kun je verder aan denken bij uit het zicht spelen?

Het kind op ontdekkingstocht laten gaan, het kind een geheime plek laten bouwen waar zij ongezien kunnen spelen.

 Spelen met snelheid

Voor kinderen (tot 4 jaar):

Lekker (hard) rond rennen,  op de loopfiets of driewieler hard rijden, schommelen; steeds hoger en harder.

Voor de  kinderen (vanaf 4 jaar):

Van een heuvel afrennen of fietsen, Schommelen;  steeds hoger en harder, met twee op de schommel, de schommel ronddraaien en dan terugdraaien, staan op de schommel.

Skaten en skateboarden. Kunnen ze dit al goed, dan kun je het wat moeilijker maken door een kleine schans te maken. Hard fietsen en steppen. Ook hier kun je een schansje maken.

Begeleiden

Vrijwel alle kinderen, in verschillende leeftijden, zullen uit zichzelf risicovol gaan spelen en op ontdekking gaan. Het is iets dat van nature in kinderen zit; door te spelen leer je. Specifiek voor de doelgroep jonge kinderen tot 4 jaar is het belangrijk dat er voldoende supervisie is bij het risicovol spelen. Een van de redenen is dat jonge kinderen nog niet, of minder goed, risico’s kunnen inschatten. Over het algemeen zal de aanwezigheid bij, en begeleiding van risicovol spelen bij jonge kinderen daarom intensiever zijn dan bij kinderen die ouder zijn dan 4 jaar.

Gevaar

De volwassene zal tijdens het spelen van kinderen moeten beslissen of het om een gevaar (rechtstreekse dreiging) of risico (kans op fysieke verwonding) gaat. Dat is goed omdat je gevaar wilt vermijden en een goede afweging wilt maken of het om een onaanvaardbaar of aanvaardbaar risico gaat.

Interventieladder

In de afweging van het uitbannen van gevaar en toestaan van kleine risico’s is het belangrijk om te bedenken wat het nemen van dat risico voor dat kind oplevert, oftewel wat de voordelen zijn. Als een situatie met risico’s tevens een mogelijkheid is voor het kind om vaardigheden op te doen en iets te leren, kun je in plaats van het te verbieden kijken wat je kunt doen om het spelen wel mogelijk te maken. Om kinderen op een gecontroleerde manier meer risicovol te laten spelen kun je gebruik maken van de interventieladder. De interventieladder is een instrument waarin de reacties op het spelen in oplopende mate van begeleiding zijn weergegeven. De interventies lopen op van 1 “Kinderen kunnen het alleen”, tot 13 “Stop de activiteit”.

Bij het begeleiden van risicovol spelen is het de bedoeling te kiezen voor het laagst mogelijke aanvaardbare niveau van reageren.